about KELESEH PESEH

KELESEH PESEH is an Indonesian word meaning babbling in Dutch or talking gibberish. It used to be a common word in the colonial days of the Dutch East Indies; nowadays nobody seems to remember the reference to the language during the Dutch rule. 'Keleseh peseh' is formed by sound imitation: this is how spoken Dutch sounded to the Indonesians. A real tongue twister!

This word was used to indicate the gap between the two cultures forced upon one another. About one hundred years later it appears as a sign placed at the facade of a Dutch museum collecting Indonesian artefacts. Keleseh peseh articulates the connection between these objects and the reason why it was brought here, along with a stream of migrants and their descendants now living in Holland.

This edition of CONTOUR brings together the work of 111 contemporary Dutch artists and the collection of three Delft museums: Museum Het Prinsenhof, Museum Nusantara and Museum Lambert van Meerten. Around several focal points, a range of displays move through time, showing commond ground between artists in the past and working now.

over KELESEH PESEH

'Keleseh peseh' is een Indonesisch woord dat 'in het Nederlands praten' betekent. Het is een archaïsch woord; in het dagelijks komt het niet meer voor - omdat het niet meer van toepassing is. In de koloniale tijd hoorde je in Nederlands-Indië veel Nederlands; voor de oorspronkelijke bewoners was het niet te begrijpen. Door de klank van het Nederlands na te bootsen is een woord ontstaan die dit onbegrip weergeeft. Zo klonk het Nederlands voor Javanen en Sumatranen: je breekt er je tong over!
‘Keleseh peseh' zegt eigenlijk: “Wij begrijpen jullie Hollanders niet.” Achter dit woord schuilt een enorme culturele kloof was tussen Nederlanders en de vroegere Indonesiers. Andersom hadden Nederlanders alleen het woord ‘Maleis' als een algemene verwijzing naar de vele talen en dialecten die er in Nederlands-Indië werd gesproken.

Nog steeds praten Indonesiers met veel geluiden. Geluiden van dieren, materialen, natuurelementen of apparaten worden benoemd door de klank te imiteren. ‘Kroepoek' bijvoorbeeld, klinkt zoals de snack zelf, het kraakt als het in je mond breekt. In het woord ‘kretek' hoor je de sigaret zachtjes knisperen als je het oprookt.
Overigens staan ‘kroepoek'en ‘kretek' in de Dikke Van Dale; het is onderdeel van de Nederlandse taal en het dagelijks leven geworden.